Je bent pas dood als er niet meer over je gesproken wordt

27 februari. De dag waarop mijn vader stierf. Ik was daar niet bij. Hoorde het de volgende dag. Toen hij gevonden was in zijn huis in Vlissingen. Waarschijnlijk is hij overleden aan de gevolgen van alcoholisme en slokdarmkanker. Ik heb geen sectie laten doen.

Ik reisde af naar Vlissingen om te bevestigen dat de dode man mijn vader was. Ik had hem 17 jaar niet gezien, dus het duurde even voor ik hem herkende in die kist. Onze gezinsgeschiedenis is verdrietig en pijnlijk. Samen met de zusters van mijn vader heb ik afscheid genomen van hem en lieten we een kleine advertentie in de Zeeuwse Courant zetten. Elk jaar op 27 februari vraag ik me af wie er aan mijn vader denkt op zijn sterfdag (of op enige andere dag). Zijn zussen deden dat wel. En, hoe pijnlijk ook, mijn moeder ook vermoed ik. Er werd niet over gepraat. Inmiddels zijn de zussen en mijn moeder overleden. Dus vanmorgen dacht ik weer: wie denkt er aan hem?

In het inloophuis heb ik vanmorgen het prikbord waar de rouwkaarten hangen opgeschoond. Helaas moet dat af en toe. Er overlijden nog steeds veel mensen aan kanker, ook gasten van ons. Over hen wordt bij ons aan de stamtafel nog vaak gepraat. Gerben heeft hier in de tuin zelfs zijn eigen plek, waar we krokussen voor hem in de grond hebben gestopt. “Even bij Gerben kijken” is bij ons een gevleugelde uitdrukking. We gaan dan even in de tuin kijken om van de zon te genieten of (jaja, dat gebeurt ook) een sigaretje te roken. Zo blijft Gerben, en met hem al onze andere dierbaren die een plek op het prikbord hebben (gehad) levend in onze gesprekken en onze herinneringen.

Over mijn vader wordt al heel lang niet meer gesproken. Hij is echt dood. Vandaag al 15 jaar. En 15 jaar geleden was het 17 jaar geleden dat ik hem levend had gezien. Kan je nagaan. Dan kan je wel zeggen dat iemand dood is lijkt me. De meeste herinneringen die ik aan hem heb, zijn niet fijn. Ik mis hem ook niet. Ik mis wel een vader. Zoals je iets kan missen wat je nooit hebt gehad. Ik schrijf dit op en jullie mogen dit weten en lezen. Want het is een taboe. Niet in vrede sterven, geen mooi afscheid, niet herinnerd worden. Dat willen we niet. Maar het is er wel. En ik ben mijn vader toch ook dankbaar, want zonder hem was ik er niet. En ik ben heel blij dat ik besta.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.